Bij Amor Matador werk ik samen met regisseur Aïda Gabriels, en zij stuurde mij vanochtend deze tekst van Rosa Olivares (onder de foto een vertaling die ik, vergeef me, ChatGPT heb laten maken). Ik vind het een inspirerende tekst, die me raakt omdat het woorden geeft aan iets dat ik al een tijdje probeer te verwoorden.
Sinds enige weken draag ik een ketting met een kruisje. Ik weet niet zo goed waarom. Ik liep al een tijdje met het idee rond, al kon ik er geen rationele verklaring voor geven, en dacht op een gegeven moment - waarom ook niet. Ik vroeg Minouche en Rûne op het Eiland om er een voor me te maken en sindsdien draag ik het kruisje om mijn nek. Soms boven mijn shirt, meestal eronder (een beetje verborgen, misschien?). Soms vragen mensen me of ik nu christen ben. Soms vragen mensen die zelf een kruisje dragen of ik óók christen ben. Een beetje besmuikt, soms, alsof het bedekte informatie is die je alleen onder elkaar uitwisselt. Of misschien zit het besmuikte in mezelf en projecteer ik het. Dat is waarschijnlijker. Ik ben geen christen - al zal ik mezelf niet snel op deze manier negatief willen identificeren, met wat ik niet ben. Misschien ben ik wel een christen. Laatst sprak ik iemand die zichzelf atheïstische jood noemde en ook dat sprak me aan. Misschien ligt het aan je definitie van christen. Maar ik heb geen zin om een definitie te gaan verzinnen en die dan op mij toe te gaan passen om het woord te kunnen dragen. Ik draag al een kruisje. Ik ben niet religieus (al hou ik van de rituelen), ik geloof niet eens in god - ik noem mezelf, als ik mezelf moet noemen, een atheïst die god mist. Maar waarom dan toch dat kruisje?
Als mensen het me vragen (en als het mensen zijn die ik de tijd van een antwoord wil geven, want soms heb je daar ook gewoon niet zoveel zin in) dan kom ik er niet echt helemaal uit. En dat is oké. Misschien draag ik het kruisje wel om erover na te denken en elke keer als iemand het me vraagt denk ik erover na. Een meditatie op betekenis. Maar de woorden die ik uit, waar ik steeds niet helemaal uitkom, draaien wel om wat in deze tekst van Rosa Olivares staat. Het gaat om het mysterie, het niet weten, de verbeelding. De kracht van de mens om goden te scheppen. Om de kracht van intuïtie, verlangen, droom en illusie (inclusief goden en monsters). Het rijk buiten het rationele. Voor iemand als ik, die meestal vlucht in het rationele om mezelf te stutten, maar die het belang van de verbeelding zeer hoog heeft zitten, zit hier een kern van de reden in.
Ik zoek er nog op door...
Rosa Olivares — De kunst van het voorbijgaan en sporen achterlaten
Wat het oog niet kan zien (vertaling ChatGPT)
Tussen het zekere en het onzekere, tussen zekerheid en twijfel, bevindt zich een vreemd gebied waarin onze zintuigen niet in staat zijn ons de weg te wijzen, waarin licht en duisternis samenvloeien tot een verblindend clair-obscur. Het is in dit gebied dat intuïtie, verlangen, droom en illusie voortbrengen wat soms monsters zijn, soms goden. Het is ook op deze naamloze plek — en zij die zo ver komen en niet bang zijn om verder te gaan, ondanks de onvaste bodem, weten dit — dat kunst ontstaat, dat de mens zijn bestaan rechtvaardigt, dat wij willen terugkeren om te kunnen blijven geloven in onschuld en waarheid.
We vertrouwen op onze zintuigen en in toenemende mate vertrouwen we op techniek en technologie, als een verlengstuk van onze zintuigen, van ons lichaam. Wat het oog niet kan zien, kan door een camera worden vastgelegd. In situaties waarin de tijd onberekenbaar snel verloopt en gebeurtenissen elkaar opvolgen zonder zich tot beelden te vormen, kan de lens misschien de lichtstraal vastleggen die een gebaar voortbrengt. Ons vertrouwen in onze zintuigen als de enige mogelijke manier om het bestaan te vangen, is inmiddels alleen nog een thema voor dichters. De definitie van werkelijkheid, van zekerheid, is zodanig veranderd dat zij in het niets lijkt op te lossen.
Technologie, de machine, bestaat om onze waarneming te vervolmaken, om verder te reiken dan wat een mens met zijn gehoor en zijn gezichtsvermogen kan bereiken. Er bestaan machines die kunnen weergeven wat wij niet kunnen zien, waardoor ze ons niet alleen doen twijfelen aan de vermogens van onze eigen zintuigen, maar ook de grenzen verschuiven van wat wij als werkelijk beschouwen.
Er bestaan camera’s die blijkbaar in staat zijn de aura vast te leggen: die halo van warmte die alle levende lichamen uitstralen en die altijd een symbool van heiligheid is geweest, de gouden ring die in religieuze schilderkunst onsterfelijk is gemaakt. Maar de aura als symbool, als verschijningsvorm van het idee van heiligheid, bestaat niet langer; tegenwoordig is zij iets volkomen anders, omdat we weten dat ieder levend lichaam er een heeft. Bovendien is het iets waaraan in een foto een zichtbare vorm kan worden gegeven.
Reactie plaatsen
Reacties